De groeten van SuperguppieEdward van de Vendel

Terug naar lijst
 

De groeten van Superguppie

Titel: De groeten van Superguppie
Auteur: Edward van de Vendel
Uitgeverij: Querido, 2008
ISBN: 978 90 451 0566 6
Illustraties: Fleur van der Weel

Terug naar lijst

Gewoon superbijzonder

Gillende badjuffrouwen langs de kant van het zwembad, omaatjes bij de glasbak. Een spetterende cola-bom, op vakantie met de tent en de geluiden van de buren. En zo graag een hondje willen. Het zijn heel gewone dingen in het leven van jou en mij. Maar dit boek heet niet voor niets Súperguppie: het maakt namelijk van alle daagse dingen iets speciaals!

Die omaatjes bij de glasbak bijvoorbeeld, die kunnen er helemaal niets van. Ze gooien te voorzichtig. Die hebben dringend les nodig in glasbakslagwerk!

‘Dus als je morgen klappen hoort,
met scherven
en gepets,
dan zijn dat niet de ruiten,
mama,
buiten,
van de flats –
dan zijn het blije omaatjes.
Met smijtmuziekdiplomaatjes.’

‘De groeten van Superguppie’ is alweer het derde Superguppie boek van Edward van de Vendel. Hoewel het misschien wel zo lijkt, is Superguppie niet de hoofdpersoon van het boek. Superguppie is, zoals de naam al doet vermoeden, echt gewoon een visje (al is ie dan wel supergroot). Het baasje van Superguppie is de ik-figuur in dit boek; en hij geeft ons met al die grappige gedichtjes over bijzondere alledaagse dingen, een kijkje in zijn wereld.

Edward van de Vendel heeft met de boeken over Superguppie al veel prijzen gewonnen, zoals de Woutertje Pieterse Prijs in 2004. Het is namelijk nog niet zo gemakkelijk om goede gedichten te schrijven! In ieder gedichtje heeft Van de Vendel een klein grapje gestopt. Dat kan een gekke vergelijking zijn, een zelfverzonnen woord of onverwachte wending. Zoals in het gedicht ‘Bom’ waarin van een blikje cola een cola-bom gemaakt wordt:
‘En dan heb ik het beste
nog niet verteld:
het was
een bom
met statiegeld!’

‘De groeten van Superguppie’ kan net als de andere Superguppie boeken niet zonder de tekeningen van Fleur van der Weel. Zij tekent de ik-figuur als een grappig hondje, met grote rafelige oren en een lieve snuit. De tekeningen zijn al net zo eigenwijs als de gedichten. Vaak tekent Van der Weel ook iets extra’s, een grappige aanvulling op het gedicht. Zoals in het gedicht ‘File’ dat gaat over mannen die graag in de file staan omdat ze dan ongestoord in hun neus kunnen peuteren. Van der Weel heeft de ik-figuur getekend in de file met zijn knuffels en speelgoedauto’s.

‘Wie weet waarom meneren stilstaan,
’s ochtends, in een file?
Ze kunnen toch wel doorrijden?
Hun auto’s hebben wielen!
Tuurlijk.
Maar hun vingers trillen.
Heus. Hun vingers willen
boren, boren. Boren
in hun neus.
Daar zijn dus al die files voor:
peuterpauze –
en weer door.

(Wil je het controleren?
Moet je bij de snelweg zijn.
Echte nette heren
vind je enkel
in de trein.)’

Jantine.

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.