De dubbeldikke dierenpolitieVictoria Farkas

Terug naar lijst
 

De dubbeldikke dierenpolitie

Titel: De dubbeldikke dierenpolitie
Auteur: Victoria Farkas
Uitgeverij: Moon, 2011
ISBN: 978 90 488 1012 3
Illustraties: Harmen van Straaten en Els van Egeraat

Terug naar lijst

Grappig, spannend, zielig en lief!

‘Hoi, ik ben Merel, en jij? vroeg ze opgewekt.
‘Ik heet Hendrik-Gustav.’
‘Ik vind jou helemaal geen Hendrik-Gusdinges,’ zei Merel meteen.
‘Hendrik-Gustav,’ verbeterde hij haar. ‘Ik ben vernoemd naar mijn opa’s: Hendrik en Gustav.’
Merel kneep haar ogen tot spleetjes. ‘Wat een rare naam, die past helemaal niet bij jou.’
Hendrik-Gustav haalde zijn schouders op. ‘Ik heb het niet bedacht. Daarvoor moet je naar mijn ouders.’ Hij bekeek Merel van top tot teen. ‘Wat vind je dan wel een leuke naam?’
Even was het stil. Merel dacht na. Hendrik-Gustav was benieuwd welke naam Merel voor hem zou bedenken.
‘Ik weet het,’ riep ze ineens uit.
Hendrik-Gustav schrok ervan.
‘Ik noem je Beer.’

‘De dubbeldikke dierenpolitie’ bestaat uit twee boeken van Victoria Farkas: 'De dierenpolitie' en
'Op zoek naar de zeehondendief'.

In het eerste deel maken we kennis met Merel en Beer. Als Beer tegenover Merel komt wonen, worden ze meteen dikke vrienden. De familie van Merel is stapelgek op dieren. Ze hebben een hond, drie poezen, twee cavia’s, een hamster en vier lipvissen. Die hebben zulke grote lippen, dat ze iedere keer voorover kukelen.

Merels vader werkt bij de dierenpolitie. Hij bezoekt mensen die niet goed voor hun dieren zorgen. Hij geeft die mensen een waarschuwing en soms moet hij de dieren weghalen om ze te kunnen redden. Als het zomervakantie is, mogen Merel en Beer mee om te helpen. Dat is heel spannend en stoer! Maar dan verdwijnen er opeens dieren in hun omgeving. Dit mysterie willen ze oplossen, dus ze worden echte dierenspeurders.

In het tweede deel van het boek mag Beer met Merel mee op vakantie naar Texel. Ze kamperen in een bedoeïenentent en ontmoeten Truus en Suus, Henk de Graaf, Reinardt de chef-kok en zijn zoon Wijnand. Op het strand vinden ze een verdwaalde, uitgeputte babyzeehond. Ze brengen het dier naar Ecomare, de zeehondenopvang, waar ze mogen meehelpen om de zeehonden te verzorgen. En als ‘hun’ zeehond gestolen is, gaan ze weer op jacht naar de dader!

Victoria Farkas maakt er een spannend en tegelijkertijd grappig verhaal van. Om de verhalen te kunnen schrijven is ze echt op pad geweest met twee inspecteurs van de dierenbescherming en heeft ze enkele dagen meegelopen achter de schermen van Ecomare op Texel.
De eenvoudige zwart-wit tekeningen in het eerste boek zijn van Harmen van Straaten, in het tweede boek van Els van Egeraat. Het is niet hinderlijk dat de tekeningen door verschillende illustrators gemaakt zijn, Merel en Beer blijven er hetzelfde uitzien.

Wie heeft de dieren gestolen? Waarom gaan ze niet naar Terschelling, zoals afgesproken, maar naar Texel? Wat is een huiler? Door wie is Beerel, de babyzeehond, meegenomen? Zal de chef-kok echt zeehondenvlees klaarmaken? Zijn Truus en Suus werkelijk zo gemeen?

Als je dat allemaal wilt weten, moet je ‘De dubbeldikke dierenpolitie’ lezen!

Merrit.
 

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.