De dokter en het leger van DavyEdward van de Vendel

Terug naar lijst
 

De dokter en het leger van Davy

Titel: De dokter en het leger van Davy
Auteur: Edward van de Vendel
Uitgeverij: De Eenhoorn, 2011
ISBN: 978 90 5838 724 0
Illustraties: Pieter Van Eenoge

Terug naar lijst

Vechtolifanten en petten met kleppen

Ziek zijn is niet leuk, helemaal niet als je je heel rot voelt. Als je bijna beter bent, kan het best fijn zijn. Op de bank, een kopje thee en lekker voorgelezen worden. Vind je het dan prettig om over kinderen te horen die, net als jij, ziek zijn? Bij dit prentenboek, ‘De dokter en het leger van Davy’, vergeet je bijna dat Davy zielig is. Zijn verhaal is namelijk heel stoer.

Davy voelt zich niet lekker. Hij heeft het warm als het niet warm is en hij heeft het koud als het niet koud is. Soms hoort hij iets in zijn buik: gedonder en gerommel. De dokter komt om hem te onderzoeken. Volgens de dokter gaat er een leger tekeer in Davy’s binnenste, een leger dat vecht tegen de vijand.

Op de eerste prent zie je meteen dat Davy ziek is. Hij ligt met een lijkbleek gezicht op de bank. De kleuren om hem heen zijn vooral rood, groen en wit en daardoor lijkt Davy nog zieker. Opvallend is de grote bos bloemen vooraan in de kamer. Het lijkt alsof tekenaar Pieter Van Eenoge alvast wil laten weten dat die bladeren en bloemen een belangrijke rol in dit verhaal krijgen.

Afwisselend laat de tekenaar zien hoe Davy in bed ligt en hoe het leger in Davy’s binnenste op zoek gaat naar de vijand. De prenten waarop Davy’s moeder hem instopt of zijn vader hem pillen geeft (zijn vader noemt de pillen de kogels voor het leger: munitie), zijn rustig. Er is weinig achtergrond en de figuren, die bestaan uit grote kleurvlakken, nemen veel ruimte in. De prenten met het leger zijn veel voller en drukker: veel soldaten met petten en vechtolifanten die zich bewegen door een oerwoud van rode, bruine en blauwe struiken en gewassen. Dat zouden best eens bloedvaten en botten kunnen zijn.

De tekenaar laat steeds weer patronen terugkomen, zoals takken met blaadjes, olifanten, stippen/pillen; soms zijn de patronen hetzelfde, soms een beetje aangepast. De patronen en de terugkerende kleuren zorgen voor een ritme en voor verbinding tussen de prenten. Ook in de tekst zit ritme en keren elementen, zoals de olifanten, steeds terug. Tekst en beeld sluiten zo prachtig op elkaar aan. Toch is er ook een tegenstelling: terwijl de prenten je meeslepen, stelt de tekst je gerust dat het wel goed komt met Davy. Fijn.

Schrijver Edward van de Vendel maakt van ziek zijn iets spannends: je kunt je eigen verhaal erbij verzinnen en het zo mooi maken als je zelf wilt. Tegelijkertijd wordt duidelijk hoe ellendig je je kunt voelen. ‘Nu was het oorlog. Hard en serieus. En oorlog was niet leuk.’ Dit mooie prentenboek kun je blijven lezen: zowel in de tekst als in de tekeningen valt steeds weer iets te ontdekken.

Inger.
 

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.