AppelmoesKlaas Verplancke

Terug naar lijst
 

Appelmoes

Titel: Appelmoes
Auteur: Klaas Verplancke
Uitgeverij: De eenhoorn, 2010
ISBN: 978 90 58386397
Illustraties: Klaas Verplancke

Terug naar lijst

Handen van appelmoes

Het prentenboek ‘Appelmoes’ van Klaas Verplancke gaat over het jongetje Jan en zijn papa. En over de handen van papa, want die zijn van appelmoes: ‘Mijn papa heeft warme handen. Zijn vingers smaken naar appelmoes. Ik wou dat hij duizend handen had.’

De papa van Jan is heel sterk, zo groot als een boom en hij kan enge dromen wegjagen. Samen doen ze veel leuke dingen, zoals voetballen en dansen. De meeste lol hebben ze als papa zelf appelmoes maakt! Toch is papa niet altijd aardig. Soms veranderen zijn gladde wangen in een prikkerige cactus en stinkt zijn adem naar bloemkool. En hij is ook wel eens zó moe dat zijn oren niet meer luisteren, hoe hard Jan ook roept en zeurt. Maar het stomste is als papa kwaad is en zijn handen bliksems tekenen. ‘Een donderpapa is niet leuk. Stomme papa, denk ik dan.
 

Als papa kwaad is, moet Jan voor straf naar boven. Maar Jan gaat niet naar boven, hij gaat naar het bos van Anders-en-Beter. Heel langzaam veranderen de trapspijlen in lange bomen. In het bos wil Jan een nieuwe papa uitzoeken, maar is dat wel zo’n goed idee? De bomen in het bos hebben angstaanjagende, grote monden waarmee ze liedjes zingen. Liedjes over dat Jan zijn huiswerk moet maken, dat hij zijn voetbalschoenen moet opruimen of op tijd naar bed moet. Nou, daar zit je niet op te wachten als je een nieuwe papa gaat zoeken!
 

Bang en aarzelend gaat Jan terug naar huis. Papa heeft appelmoes gemaakt, maar Jan vertrouwt het nog niet helemaal: zijn papa ziet er nog steeds duister en eng uit, een beetje zoals de boze wolf. Eigenlijk wil Jan die appelmoes helemaal niet eten! Maar met ieder hapje verdwijnen er meer stekeltjes van papa’s wang: ‘Een donderpapa duurt nooit lang.’

In ‘Appelmoes’ herken je misschien je eigen papa wel een beetje, die is vast ook niet altijd even lief. Papa’s moeten soms even afkoelen als ze boos zijn. De tekeningen van Klaas Verplancke laten dat mooi zien. Als er geen ruzie is, zijn de tekeningen mooi lichtgroen, geel of oranje gekleurd. Maar als het dondert, dan zijn ze donkerblauw en grijs! Toch zie je, als je goed kijkt, dat het huisje van papa door alle donkere bomen heen wél een vrolijk kleurtje heeft.

Je kunt met ‘Appelmoes’ lekker fantaseren. Laat iemand het verhaal maar voorlezen, dan ga jij lekker naar de tekeningen kijken. Misschien zie je dan wel dat er een appelboom door de muren van het huis van Jan en papa groeit. Dat kan natuurlijk niet! Of toch? In Jans fantasie kan het wel. ‘Echt’ en ‘nep’ lopen gewoon lekker door elkaar.

Linda.

 

 

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.