BiografieElisabeth Mollema

Terug naar lijst

Elisabeth Mollema werd op 20 september 1949 in Amsterdam geboren. Ze groeide op in Rotterdam samen met haar broer Simon, aan wie ze als klein meisje al haar zelfverzonnen verhaaltjes vertelde. Elisabeth wilde van alles worden: operazangeres, advocaat, maar na de HBS, de vroegere havo, ging ze sociologie studeren. Toen ze die studie klaar had, realiseerde ze zich dat ze liever iets creatiefs deed. Nadat ze een jaar op de universiteit had gewerkt (wat ze ongelofelijk saai vond), werd ze journalist, “omdat ik heel nieuwsgierig ben”. De creatieve kriebels gingen niet weg en toen Elisabeth dertig jaar was, kwam haar eerste jeugdboek: ‘De schat in de verboden duinen’.

Elisabeth heeft inmiddels al meer dan veertig boeken geschreven. Ze schrijft realistische kinderboeken voor kinderen van 8, maar ook voor kinderen van 12 jaar. Kenmerkend voor al haar verhalen is dat ze allemaal lekker weg lezen. Zo ook ‘Leila met een kameel achter de coulissen’. Dit boek gaat over Leila en haar zus Sharon. Miss-X, zoals Leila haar zus noemt, wordt gevraagd om in een soap mee te spelen. Samen met Leila zien we hoe dat gaat. Hartstikke interessant dat soapleven, maar nog grappiger en herkenbaarder is het dagelijkse leven van Leila. Leila die zich afvraagt wat ze nu weer aan moet trekken, Leila die het gevoel heeft dat Sharon steeds verder van haar afdrijft, Leila die niet weet of ze nu blij of juist niet blij moet zijn voor haar zus, Leila die peinst over Honingbeer (een leuke jongen die een beetje gromt): vindt hij haar nu wel of niet leuk? Een heerlijk meidenboek.

Schrijven is voor Elisabeth net schilderen of beeldhouwen. “Je boetseert met woorden een verhaal.” Het leuke aan haar vak vindt ze dat je een verhaal begint en dat het zomaar onder je handen vandaan loopt in een richting die je nooit van z’n leven van te voren had kunnen verzinnen. Ze is een echte thuisavonturier: een reiziger die achter haar bureau de meest spannende avonturen beleeft. Haar personages zijn vaak echte speurders. Zo ook Leonard en Gijs in ‘Een lot uit de loterij’. Leonard heeft met het geld voor het boodschappen doen, een lot gekocht. Hij leert het lotnummer uit zijn hoofd, zijn nummer is het winnende nummer, maar het lot is dan weg! Leonard vindt een veertje van een papegaai op zijn kamer dat er nog niet lag voordat zijn lot weg was. Als echte detectives gaan ze op onderzoek uit: wie heeft zijn lot? Maar ‘Een lot uit de loterij’ is meer dan alleen een spannende detective: het boek gaat ook over vriendschap en over de vraag: is rijk worden wel zo leuk?

Typische detectives zijn ook de ‘Muller & Co’-verhalen. Willem Muller heeft een clubje opgericht samen met ‘compagnons’ Joost en Rosa-Lotte. Ze doen doodnormale klusjes, maar eigenlijk zijn ze drie detectives. Zo ook in ‘Vals spel op de renbaan’. De drie logeren bij Rosa-Lottes tante en daar ontmoeten ze Carola en Tim. Zij hebben een renpaard: Number One. Nummer één wordt hij niet bij een race, want het paard schrok ergens van. Waarvan? En wie liet hem schrikken? De detectives gaan op onderzoek uit.

Zijn de verhalen dan nooit op, na meer dan veertig boeken van Elisabeth? Daar hoeven we niet bang voor te zijn, zegt ze: “Mijn hoofd stroomt vanzelf al over van de ideeën.” Gelukkig maar!
 

 
.
.