BiografieMarjan van Abeelen

Terug naar lijst

Marjan van Abeelen werd op 6 december 1959 in Rotterdam geboren. Als kind was ze erg avontuurlijk en vaak buiten te vinden. Zo speelde ze toen ze vijf jaar was midden in het centrum van de stad. De boeken van Enid Blyton vond ze leuk. Opstellen schrijven, ‘taal maken’, was wat ze het liefst op school deed. Ook deed ze aan atletiek. Na de mavo heeft Marjan nog een jaar de havo gedaan, maar dat heeft ze niet afgemaakt. Ze spijbelde zo veel dat de decaan haar aanraadde een andere opleiding te volgen.

Marjan wilde iets avontuurlijks en iets met mensen doen, dus werd ze politieagente. Dat is ze 7 ½ jaar geweest. In de periode bij de politie kreeg ze boulimia, een eetstoornis, maar met de hulp van haar man, is ze daar weer helemaal bovenop gekomen. Vervolgens is ze gaan werken bij Onderwijs Opvang Voorziening Rotterdam. Ze begeleidt jongeren die om welke reden dan ook niet meer welkom zijn op hun reguliere school.

Toen Marjan drieënveertig was, besloot ze ‘Dun’ te schrijven: een boek voor jongeren. ‘Dun’ vertelt het verhaal van het meisje Lies, dat zichzelf veel te dik vindt. Ze gaat lijnen, maar slaat daarin zo door dat ze zelfs geld steelt om haar vraatzucht te verbergen. Lies is erg op zichzelf, verlegen en eenzaam. Marjans eigen ervaringen met boulimia hebben meegespeeld in de totstandkoming van het verhaal. Toch is het niet het verhaal van Marjan, maar dat van Lies. Het uitgangspunt voor een boek is altijd een bepaalde boodschap, die Marjan de lezers wil meegeven. Zo wil ze met ‘Dun’ laten zien dat je over je problemen moet praten en dat er mensen zijn, die jou willen helpen; dat je er niet alleen voor staat.

Kenmerkend voor Marjans boeken is haar heldere stijl. Ze gebruikt korte zinnen met weinig moeilijke woorden. ’s Morgens schrijft ze het liefst. Als haar kind naar school is, zet ze een grote pot thee, pakt ze haar schriftje en begint ze te schrijven. Het leuke aan schrijven, vindt Marjan de ideeën, die ontstaan tijdens het schrijven. Het verhaal schrijft zichzelf, als het ware. Minder leuk aan schrijven, vindt ze het corrigeren van spel- en stijlfouten. Een goed boek vindt Marjan een boek met vaart, dat niet te ingewikkeld en wel herkenbaar is.

Zo’n boek is bijvoorbeeld ‘Baby’. Het gaat over Babette, een meisje van vijftien, dat zwanger is. In het boek komt goed naar voren wat er allemaal op je afkomt als je zwanger bent. Wil ik het kind houden of niet? Als ik het kind wil houden, wat moet ik dan allemaal hebben? Waar moet ik rekening mee houden? En als ik het kind niet wil houden, hoe gaat een abortus dan in zijn werk? Alle vragen daaromtrent worden in ‘Baby’ beantwoord.

‘Baby’ schreef Marjan bijna in één keer tijdens een vakantie in Oostenrijk. Ze was even ‘vergeten’ dat ze hoogtevrees had en aan de voet van de berg ging ze dan ook liever schrijven, dan genieten van het mooie uitzicht!
 

 
.
.