BiografieBobje Goudsmit

Terug naar lijst

Bobje Goudsmit werd geboren op 27 oktober 1951 in Leiden en groeide op in Zwolle in een gezin van zes kinderen. Haar bijzondere voornaam heeft ze te danken aan haar vader die, wanneer Bobje in haar wieg lag te blèren, altijd zei: “Ik ga even naar mijn Bobbeltje kijken.” Ze was een opgewekt en ondernemend kind, dat hield van lezen, knutselen, taal en tekenen. Ze schrijft al vanaf haar vijfde! Omdat ze taal, literatuur en grammatica zo boeiend vond, ging ze na het gymnasium Nederlands studeren, eerst in Leiden en later in Nijmegen. Toen Bobje bijna vijfentwintig was, begon ze met het geven van het vak Nederlands op een middelbare school, en dat doet ze nu nog steeds! Samen met haar man heeft ze vier kinderen en een hond, Saartje. Vanaf 1991 is ze naast lerares ook nog eens jeugdauteur: ze debuteerde met ‘Robbie Robot en de zorgenstam’, een boek voor jonge kinderen over een jongen, die avonturen beleeft met zijn zorgenpoppetjes.

Pas echt bekend is ze geworden met boeken voor tieners, zoals ‘Gabbers’ en ‘Skeelers’. Bobje schrijft realistische verhalen met personages die, hoewel ze natuurlijk niet echt bestaan, zo bij jou in de straat zouden kunnen wonen of naast je in de klas zouden kunnen zitten, zo levensecht zijn ze. Schrijven betekent voor Bobje zich verdiepen in andere mensen, in andere milieus, mensen creëren. Een goed boek behoort te voldoen aan de verwachtingen, die je als lezer hebt van een boek. Het gaat de schrijfster om het verhaal en het taalgebruik is daaraan ondergeschikt. Het verhaal moet een kop en een staart hebben, maar niet voorspelbaar zijn. Bobje: “Een goed boek is bovendien een boek waar je stil van bent.”

En dat ben je wel tijdens en na het lezen van ‘Afscheidsbrief’, een roman waarin Marit terugkijkt op het begin van haar vriendschap met Anicke, tot aan het einde ervan wanneer Anicke overlijdt. Als lezer kijk je mee met Marit: hoe ze omgaat met de ziekte van haar vriendin, hoe ze haar ziet veranderen. Vanuit het perspectief van Marit zie je welke impact Anickes ziekte en uiteindelijke dood op hun klas heeft. Een verhaal waar je vanaf de eerste bladzijde door gegrepen wordt en dat je dan ook niet meer weg kunt leggen.

Ook ‘De ijzeren maagd’ wil je in één keer uitlezen. Centraal staan Tim en zijn vrienden, Anouk en haar oudtante. Anouk zit bij Tim en zijn vrienden in de klas en iedereen ziet haar als een slettenbak. Omdat je het verhaal de ene keer vanuit Tims ogen bekijkt, de andere keer vanuit Anouks vader en weer een andere keer vanuit de ogen van haar oudtante, krijg je een verrassende en spannende kijk op de gebeurtenissen in het boek. Wat is het geheim van die oudtante? Wie is Anouk werkelijk en wat hebben Tim en die oudtante met elkaar te maken? Kenmerkend voor Bobje is haar heldere en duidelijke taalgebruik dat als een trein leest. Beschrijvende passages worden op het juiste moment afgewisseld door dialogen en andersom. Zinnen worden zo opgebouwd dat ze klinken als muziek.

Niet alleen haar toegankelijke stijl maakt haar boeken zo sprekend, ook het feit dat Bobjes boeken geen vast stramien kennen en niet over stereotiepe kinderen gaan, maakt haar boeken levendig. Ook kiest ze niet bewust voor een hot item als onderwerp voor haar boeken. Zo begint het Franse avontuur uit ‘De koffer: over een zomerliefde’ met een kofferveiling. Oude koffers, die ooit zoek zijn geraakt op het vliegveld en nooit meer door de eigenaars zijn opgehaald, worden geveild. Klinkt ietwat ongeloofwaardig, maar zo’n veiling bestaat echt! Bobje las er ooit over in de krant. In een koffer vindt de jongen Splinter een stapeltje brieven van een meisje, dat lang geleden geleefd heeft. Vanaf dat moment krijgt hij nare dromen en komt de vraag bij je op: wat heeft Splinters ‘vakantievriendinnetje’ te maken met het meisje van de brieven?

 
.
.